Mijn nichtje woont op Kreta, en nu komt ze op bezoek. Dat is bijzonder, want ik heb haar al heel erg lang niet meer gezien. We zijn ongeveer even oud. Vroeger giechelden we samen wat af, op familiefeestjes en tijdens logeerpartijen. We schreven elkaar jarenlang brieven, met roze inkt en volgeplakt met plaatjes uit de Popfoto, van The Police of van Nina Hagen. We lagen de hele tijd dubbel van het lachen. Bijvoorbeeld om Gerda, die schoonmaakte bij mijn nichtje thuis, en vrijmoedig haar blote voorgevel op de keukentafel neervlijde om ons het resultaat van haar borstverkleining te laten zien (sindsdien was ‘Gerda’ voor ons een geuzennaam).
We gingen kamperen in Zeeland. La Vie en Rose van Grace Jones in de disco. Jongens. Lol. Mijn nichtje had prachtige ogen en een dikke bos zwart haar. Ze was slim en vrij en op zoek naar avontuur. Ze durfde alles (en met haar erbij durfde ik ook alles). Ze ging studeren. Ze zou het ver schoppen. En toen verdwaalde ze. Ze werd angstig. Ze wilde niet meer. Ze kreeg een ongeluk. Ze kwam pas dagen later uit coma. En toen was ze voor altijd anders.
Ze voelt zich tegenwoordig het beste op Kreta. Daar schijnt de zon en is het leven rustig. Geen ratrace waar ze niet meer aan mee kan doen. Geen feestjes waar iedereen vertelt wat hij doet en dat ook van jou wil weten.
En nu is ze dus even bij mij op bezoek. Sinds het ongeluk is er iets met haar ogen. Daar moet ze af en toe, in Nederland, naar laten kijken. Ik haal haar van de trein. Ze komt aanlopen met een bosje rozen in haar hand. Ze is het nog, en ook een beetje niet. We eten bij mij in de keuken. Mooie keuken, zegt ze. We praten over Gerda, over Zeeland, over onze vaders, die broers zijn. Ze vertelt dat ze het soms moeilijk vindt, alles wat ze niet meer kan. Maar ze vertelt ook over spannende mediterrane minnaars en over hoe ze bij voorkeur naakt in haar tuin de rozen snoeit (tja, dan hebben we het dus wel over een tuin op Kreta, niet over elf vierkante meter met een Gamma schutting in een Vinex wijk). Ik denk: wow.
Na een paar uur is ze moe, de koek is op. Ik breng haar naar het station en loop met haar mee naar het perron. De trein staat er al, ze stapt gauw in. We kletsen en lachen nog door, het lijkt op vroeger. Midden in een zin die ze zegt gaan ineens de deuren van de trein dicht. Ze zwaait nog en verdwijnt uit het zicht. Ik kijk nog even en dan ga ik naar huis. De volgende dag mailt ze me. De trein bleek helemaal de verkeerde kant op te gaan. Pas na allerlei omzwervingen was ze, ver na middernacht, aangekomen op haar logeeradres. Ze kon er wel om lachen. Zo maak je nog eens wat mee, schrijft ze.
Ik bedenk me ineens dat het dus zo gaat. Plotseling klapt er een deur dicht - je zit nog midden in je eigen vrolijke verhaal- en dan gaat de één totaal onvoorzien de verkeerde kant op. De ander niet, die loopt gewoon naar huis (mooie keuken). En toch. Hulde aan mijn nichtje. La vie en rose. Nog steeds, zoveel ze maar kan.
maandag 10 mei 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten