maandag 10 mei 2010

Oost West As Best

Ik droom dat we allemaal niet weg konden. We waren klaar met een vakantie of een zakenreis, en nu wilden we naar huis. Maar dat kon dus niet. Want er was een vulkaan uitgebarsten. Ergens op een eiland, waar een jaar eerder ook al een bank was omgevallen (het klimaat is daar nogal heftig). Beide gebeurtenissen hadden ongeveer hetzelfde effect: ze kostten handenvol geld, ze strooiden roet en vooral as in het eten, mensen werden er boos van en vroegen zich massaal af: ‘waar zijn wij eigenlijk mee bezig?’ In mijn droom waren we bezig met Wachten. Dus eigenlijk met Niets. We hingen maar een beetje rond, in vertrekhallen, op bankjes en op de vloer. We zaten op onze koffers, aten chips en koekjes, twitterden en belden met overzeese dierbaren. Velen van hen zaten óók ergens in een vertrekhal op hun koffer. In het begin geloofden we het gewoon niet. Een paar van die wolkjes, kom op zeg! Toen bleek dat het toch best link was, vliegen in die wolkjes, dachten we nog dat het waarschijnlijk wel snel opgelost zou worden. Dat iets of iemand, waarschijnlijk van hogerhand, zou ingrijpen. Dat ging toen met die bank toch ook zo? Nou dan. Maar ja, niemand greep in, want dit soort natuurverschijnselen laat zich nou eenmaal niet inkapselen of nationaliseren of opsplitsen in kleine beheersbare eenheden met een duidelijke focus. Toch anders dan bij een bank. Dus.Toen werden we kwaad. We vonden het een Schande. Doe iets! We moeten weg! We hebben verplichtingen! Nee, niet hier, ergens anders! Sommigen riepen woest dat we de kosten van deze hele ellende maar op het eiland moesten verhalen. Het was tenslotte hun vulkaan. Maar al gauw drong het besef door dat dat waarschijnlijk niet kon. Dat ze op dat eiland al volledig op zwart zaad zaten, en van een kale kip…nou ja, affijn. De paniek sloeg toe. We klampten een plukje verward ogende grondstewardessen aan. Die gaven ons kleurplaten en nog meer chips en koekjes, wezen ons op het entertainment programma bij gate E67 en zeiden dat ze er verder ook niks mee konden. En toen kwam het. De Berusting. Ineens vonden we het niet meer erg. Ik weet niet precies hoe het kwam, maar er daalde iets zen-achtigs over ons neer. Voor het eerst keken we eens aandachtig om ons heen. Wat een leuke mensen eigenlijk, overal op die koffers! En zo veel ook! Hoi, hoe heet jij? Waar naartoe ben jij onderweg? Anekdotes kwamen los. We begonnen elkaar onze levensverhalen toe te vertrouwen. Onze geheimen. We lieten elkaar foto’s zien, van gemaakte reizen, van onze kinderen, huisdieren en hobby’s. We begonnen gedichten te schrijven met titels als ‘De Lof der Langzaamheid’ en ‘Hulde aan die fijne pluim, nimmer was de lucht zo ruim'. En die lazen we aan elkaar voor. Er werd een kampvuur gemaakt, vlak bij de paspoort controle, en daar zongen we liederen (minstens 15 mensen bleken een gitaar bij zich te hebben, en er was zelfs iemand met een banjo). Er bloeiden liefdes en vriendschappen op. Geen wonder ook. Eindelijk hadden we eens tijd om ons echt in elkaar te verdiepen. Even hadden we toch niets beters te doen. Op TV schermen boven onze hoofden deden reporters-ter-plaatse verslag van de situatie. ‘Het is duidelijk dat het de komende dagen nog onduidelijk zal blijven’. Wij vonden dat een mooie zin. Een filosoof op doorreis zei dat het hem aan Socrates deed denken. Daarop ontstond een discussie over het taalgebruik in het Journaal, de filosofie in het algemeen, en de oude Grieken in het bijzonder. We genoten ervan. Het was fijn. Maar dan word ik wakker en kijk op Teletekst. Hier en daar vliegt alweer voorzichtig een Boeing. Daar heeft Camiel Eurlings voor gezorgd (ik vermoed dat hij even heeft gebeld met zijn ik-kies-voor-mijn-gezin-collega Wouter Bos om te vragen hoe hij dat destijds heeft opgelost. 'Jij had toch ook gedonder met dat eiland, Wouter?' En toen heeft Wouter een paar bruikbare tips gegeven. Ik weet het zeker). Dus weldra zoemen de vertrekhallen weer van activiteit. Wie gestrand is, kan dan eindelijk verder. Misschien verstopt een enkeling zich ergens op een toilet, om nog even niet te hoeven. Maar de meesten reizen verder. Einde droom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten