maandag 24 mei 2010

Oud en Nu

Mijn moeder in een oranje wintersportjack. Ze heeft ons met de slee naar school gebracht. Ik ben zeven of acht. Ik kijk haar na als ze terug loopt naar huis. Een steeds kleiner oranje stipje in de witte winter. De lege slee erachter aan. Ik voel dikke tranen en ik weet niet waarom.
Ik zit in de auto met mijn moeder. Een prachtige hemelsblauwe Opel Kadet met zwart leren bekleding. Vroeger was de Opel van mijn opa, maar die rijdt er al een tijdje niet meer in. Ik vraag haar hoe je weet wanneer je naar een andere versnelling moet schakelen. Ze zegt dat je dat gewoon aanvoelt. Na een tijdje oefenen.
Mijn vaders tante is dood. Tante Mien. Mijn vader heeft als klein jongetje bij haar in huis gewoond. Dat moest, want zijn moeder was er niet meer. Ik wil mee naar haar begrafenis. Waarom, vragen mijn vader en moeder. Gewoon, omdat ik het wil. Het mag. Tijdens de mis moeten we allemaal een kus geven op een gouden plaatje. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Maar ja, de mis was in België, misschien lag het daaraan. Ik denk dat mijn vader het fijn vond dat ik mee was.
Tennissen in de kamer. Dat mag niet. Toch doen. Bal tegen letterbak (die had je toen). Glazen hertjes en andere breekbare dingen in stukken op de vloer. Mijn moeder in tranen. Ze is niet boos. Wel teleurgesteld. Ik moet de kamer uit. Als ik buiten sta voel ik me raar en geschrokken. Mijn moeder ruimt binnen de scherven op. Ik neem me voor om van mijn volgende zakgeld voor haar een nieuw hertje te kopen. Ik weet niet meer of ik dat ook gedaan heb, moet ik er eerlijk bij zeggen.
Op vakantie in Frankrijk, elke avond voetballen op de camping. Ik zit in een team met mijn vader. Steeds als wij hebben gescoord, ren ik juichend op hem en af en werp ik me tegen zijn buik. Die was rond en zacht. Toen ook al.
Mijn opa in een open kist. De vader van mijn moeder. Hij ziet er vreemd uit, met wangen die weer bol zijn. Heel anders dan gisteren, toen hij nog in zijn ziekenhuisbed lag. 'Nu zie ik hem nooit meer’, zegt mijn moeder. Ik weet niet wat ik moet antwoorden. Mijn moeder huilt en ik ben pas elf. Daarom zeg ik maar dat je dat niet weet. Of je iemand nooit meer ziet. Ik wou dat ik wat beters had geweten, toen.
Vandaag ben ik bij mijn ouders geweest. Als ik wegrijd staan ze op de oprit. Ze zwaaien me uit. Dat doen ze altijd. Ze staan naast elkaar, hun haren zijn dun. Mijn moeder houdt haar sjaal tegen haar hals, het is koud. Ze lachen en roepen: tot gauw! Ik moet even slikken. Ik weet niet waarom. Dat gebeurt, soms.

1 opmerking:

  1. Mooi Car. Zo is het soms, precies. Dat je wordt overvallen door een diepe emotie die ik weet niet waar vandaan komt. Je hebt lieve ouders en ik hoop dat ze nog heel lang bij je blijven.

    BeantwoordenVerwijderen