vrijdag 26 november 2010
Appeltaartmeisjes
Nieuw woord: appeltaartmeisjes. Ik heb het niet zelf verzonnen. Een appeltaartmeisje is een meisje dat naast haar moeder heeft gestaan toen die een appeltaart bakte. Het meisje heeft goed opgelet en beweert nu dat ze zelf ook heel goed appeltaarten kan bakken. Maar ze heeft het nog nooit gedaan. Met als gevolg dat ze in het hele appeltaarten-bak proces regelmatig in paniek raakt. O jee, het deeg klontert! Wat nu? Help, hij koekt aan! Getver, hij is veel te nat! (ja duh, logisch, je hebt er ook veel te veel appels in gedaan. Doos.) Dat idee. De uitvinder van het woord gebruikte het om een aantal van haar jongere collega’s te karakteriseren. Niet om te sarren of vilein te wezen, maar gewoon, omdat ze het even helemaal gehad had met die hysterische appeltaartmeisjes met hun zelfverzekerde buitenkant en substantieloze binnenwerk, en met elke keer weer die kwaad weggesmeten bak met deeg op moeten ruimen en dan toch zelf maar weer een appeltaart bakken. Want ze weg sturen, die opgewonden standjes met hun taart-gepruts, dat durft niemand. Zucht. Maar ja. Het kan nog veel erger. Er zijn namelijk ook appeltaartjongens. Ook wel koekenbakkers genoemd. Koekenbakkers bakken er zelf echt totaal niks van (in tegenstelling tot appeltaartmeisjes, die kunnen heus wel wat, alleen niet alles, en het probleem is dat ze dat zelf vaak niet doorhebben), maar ze zeggen wel tegen anderen hoe dat werkt, koekjes bakken. Koekenbakkers schreeuwen vaak nog net iets harder dan appeltaartmeisjes. Ze plassen ook in brievenbussen en gooien met emmers water. En daarna zeggen ze sorry en ik schaam me. En dan mogen ze blijven. Want zo werkt het kennelijk vaak, in het appeltaartenkoekenbakkers universum. Zucht.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten