zaterdag 28 augustus 2010

Mijn mijn

Er zijn weleens dagen waarop ik het leven, de wereld en mezelf niet leuk vind. Dagen waarop ik ineens niet meer weet of alles nog wel goed komt. Niet vaak hoor, gewoon, zo af en toe. Dat komt dan bijvoorbeeld door zomaar een tweet van Geert Wilders, over zeurpieten in het CDA of over dat hij zegt wat hij wil en dus natúúrlijk wél naar Ground Zero gaat om daar te fulmineren over een moskee (die overigens geen moskee is, maar ja, da’s veel te genuanceerd, daar doet Geert niet aan). Of omdat het zo treurig is dat het water in Pakistan uiteindelijk toch niet zo tot de verbeelding spreekt als de overstroming van het riviertje de Dinkel en het water in onze eigen kelders en caravans. Omdat er zoveel verdriet is en ellende en gedoe, overal. Of gewoon omdat de krullen in mijn haar spontaan inzakken en ik vind dat ik er niet uitzie en bovendien helemaal niks kan. Op dat soort dagen wil ik een mijn. Ja, inderdaad, een mijn. Een kleintje, die op het soort dagen waar ik het over heb gedeeltelijk instort, zoals in Chili. En als ie dan gedeeltelijk instort, dan zit ik er nog in. Maar gelukkig bereik ik, net op tijd, de Schuilruimte. En daar schuil ik dan. Het is wel even wennen hoor, zo’n Schuilruimte. Het is er namelijk bloedheet en donker. Dus trek ik her en der wat uit en maak ik het zo goed als het gaat gezellig met mijn zaklamp. Om de tijd te doden doe ik spelletjes. Van een zootje losse stenen heb ik Rummikub gemaakt en Mens Erger Je Niet, en ik ben er zelfs in geslaagd een houten karretje om te bouwen tot sjoelbak. Ik houd ook vergaderingen met mezelf en ik zing zo nu en dan een lied. Ik heb het redelijk goed, want al vrij snel is er van bovenaf een gaatje geboord, waardoor eten en drinken komt en zo nu en dan een briefje met vragen. ‘Hoe gaat het met je?’. ‘Prima’, schrijf ik dan terug. Ik zeg er natuurlijk niet bij dat ik de mijn zelf expres gedeeltelijk heb laten instorten, gewoon omdat ik alles even zo zat was dat ik geen zin meer had om naar boven te komen.
Als ik weer eens zo’n dag heb, dan hoop ik altijd dat het lang genoeg duurt voordat ze me komen halen. In elk geval tot kerstmis, zou ik zeggen. En dat, als ik dan uiteindelijk weer boven kom, blijkt dat alles goed is gekomen. Dat het toch niet doorgegaan is, met Geert. Dat iedereen net op tijd tot het besef kwam dat het een onzalig idee was, zo’n kabinet met steun van gevaarlijk boze angsthazen. Dat de bestuurders van al die Nederlandse beursgenoteerde bedrijven met enorme winstcijfers hun bonus aan Pakistan hebben gegeven. Dat het is opgelost, al dat verdriet en die ellende en dat gedoe. En dat ik zelf ook weer lekker in mijn velletje zit, mede dankzij een dieet van 1000 calorieën per dag, want veel meer krijg je niet door zo’n boorgaatje geperst. Ach. Het gaat me natuurlijk nooit lukken, zo’n mijn-vlucht. Ik idealiseer het waarschijnlijk ook allemaal veel te veel. Het is vast geen doen, in zo'n mijn. En ik zou iedereen van wie ik houd vreselijk missen, net als die mannen daar in Chili met hun lieve briefjes en videoboodschappen. Dus modder ik maar wat aan, hierboven. En mijmer ik af en toe over mijn mijn…

maandag 23 augustus 2010

Robin Food

Er zijn mensen die rabarber stelen uit moestuinen van andere mensen. En courgettes. En prei. Ja, ik weet het, de trainer van NAC Breda is acuut opgestapt, de huizenmarkt herstelt maar niet en er zitten 33 Chileense mijnwerkers vast in een ingestorte schacht, maar dit is ook erg. En intrigerend. Waarom doen die mensen dat? Ik sta voor een raadsel. Net als de belangenvereniging voor hobbytuinders. Die bestaat namelijk. Al sinds 1928. Op internet lees ik het onthutste relaas van de voorzitter: ‘de oogst is blijkbaar het laatste wat ze nog kunnen meenemen (…) Het is heel zot, wie doet dat nou?’. Ik zie ‘m voor me, die hobbygroente-schat. Oprecht verbijsterd en diep bedroefd. Hij gebruikt het woord ‘zot’. Dat vind ik lief. Kom daar nog maar ’s om tegenwoordig, om zo’n woord. Maar goed, zijn verhaal roept bij mij allerlei vragen op. Hoezo, ‘het laatste wat ze nog kunnen meenemen?’. Hebben ‘ze’ al zoveel gejat dan? Zijn er de afgelopen maanden al hele ladingen schoffels, harken en kruiwagens verdwenen? Is er sprake van massaal ontvreemde tuinslangen en gieters? Zijn er hobbytuinders gekidnapt? Er is blijkbaar van alles gaande in het moestuinwezen, en ik wist nergens van. Nog vreemder wordt het als ik verder lees: ‘zes tuinders in Lemmer werden beroofd van al hun groente. “Het leek alsof er een peloton olifanten door mijn akkertje was gedenderd”, zegt een van hen’. En als klap op de vuurpijl dan ook nog dit: ‘een buurtbewoner zegt dat er sla en andijvie is gestolen uit de tuin van zijn schoonzoon. ”De sla en de andijvie is keurig bij de grond afgesneden. Dat kan niet het werk zijn geweest van vernielzuchtige jongeren. Die trekken de hele plant uit de grond. En hier zaten de wortels er nog keurig in. En bovendien, wat moeten jongeren nou met een krop sla of andijvie”. Volgens de buurtbewoner hebben vandalen ook aubergines vertrapt. “Je kan zien waar ze gelopen hebben.'' Het begint mij te duizelen. We hebben dus te maken met een peloton olifanten, maar ook met doelgerichte andijvie rovers, die precies weten hoe je zoiets aanpakt. Voorts zijn er kennelijk ook nog mensen die een enorme hekel hebben aan aubergines. De getroffen schoonzoon is waarschijnlijk te aangeslagen om zelf zijn verhaal te doen. Ook hem zie ik voor me, bleek en trillend, wezenloos knabbelend aan het laatste stukje komkommer dat hij uit de puinhopen heeft kunnen redden. Het is triest, mensen. Maar laten we vooral rustig blijven en de zaak even goed analyseren. Punt 1: er bestaan dus blijkbaar groente-haters. Die banjeren met grof geweld door de tuintjes en trappen alles in elkaar. Geen aardappel of winterpeen blijft gespaard. Misschien hebben ze ooit iets naars meegemaakt met een bloemkool, en dat gewoon niet goed verwerkt. Hoe het ook zij, deze lieden dienen te worden aangepakt. Boontje, loontje, dat idee. Maar, punt 2, er zijn ook professionals die zorgvuldig, bijna liefdevol te werk gaan. Nu ik er eens goed over nadenk, weet ik ineens hoe het zit. Die netjes afgesneden sla en andijvie, dat is het werk van een groepje idealisten. Het zouden zomaar jongeren kunnen zijn. Dat idee van die buurtbewoner-annex-schoonvader-van-hobbytuinder, over dat jongeren niets kunnen met een krop sla, dat is natuurlijk apekool. Ik zie om me heen juist steeds meer pubers, en zelfs kinderen van een jaar of acht, die bewust vegetarisch eten en helemaal into de groenten zijn. Kool is cool! Voor mij is het zonneklaar: zij zitten er achter. De jonge idealisten. De vega-vechters. Ze hebben een missie. Diep in de nacht trekken ze er op uit, met hun speciale sla-snijders en andijvie mesjes. Met akelige precisie vullen ze hun papieren (geen plastic!) zakjes met groene buit. En die delen ze dan uit. Aan mensen die te weinig groente eten. Aan voedselbanken. Aan ongezond uitziende klasgenootjes. Aan daklozen. Een peloton olifanten? Misschien. Maar het subtiele werk is van Robin Food.

dinsdag 10 augustus 2010

Angst en liefde

Zomer in Avignon. Eten bij Marcel & Ginette, op een zalig pleintje onder de platanen. Marcel & Ginette zijn gespecialiseerd in ‘tartines’. Nee, dat zijn geen taartjes, maar grote geroosterde boerenboterhammen, bijvoorbeeld met geitenkaas en honing, of met tomaat en sardientjes. Wij eten er een salade bij en drinken rode wijn van het huis, uit een fles zonder etiket. Het is zo’n wijn die dáár heerlijk smaakt en hier aan je eigen keukentafel ineens niet meer te drinken is. Maar goed, wij zijn nu dáár, in ons eigen paradijsje, dus we genieten. Dan verschijnt er een man in beeld. Een boze man. Een dronken boze man. Schreeuwend zwalkt hij het pleintje op, een grote fles bier in een smoezelige hand. Woest is hij, op een denkbeeldige vijand. Die krijgt er ongenadig van langs, in scheldpartijen die steeds even aanzwellen en dan weer eindigen in een onduidelijk gemurmel. Een priemende vinger en uitpuilende ogen. Hij zal ‘m krijgen, die schoft, dat ie dat maar weet. De mensen op de terrasjes reageren allemaal ongeveer hetzelfde. Even besmuikt kijken, dan het hoofd naar de ander toebuigen en op zachte toon iets zeggen (‘erg hè?’, ‘ja nou…tja, dat soort dingen heb je hier natuurlijk ook…’). En vooral: negeren. Niet aankijken die gek, gewoon door eten. Iedereen is ineens ontzettend gefocust op de steel van zijn wijnglas. Of op de menukaart. Of op de achterkant van het effen witte papieren servetje van Marcel & Ginette. Wij ook. Want wij hebben geen zin in gedoe. We zitten net zo lekker aan onze vakantiewijn. Dus maken we onszelf iets kleiner en verstoppen we ons achter een groot stuk boerenboterham. Ikzelf leg daar voor de zekerheid nog een groot slablad bovenop, waarachter ik helemaal verdwijn. Ziezo.
Nu staat er op dat pleintje ook een kleine kerk. Die is niet meer als zodanig in gebruik, maar doet dienst als expositieruimte. Die avond wordt er een tentoonstelling geopend. Het is er druk. De deuren staan open. Er gaan mensen met hapjes en drankjes rond. De man (Hij Die Genegeerd Moet Worden) wankelt erheen, nog altijd luid scheldend. Van achter mijn slablad zie ik dat er iemand vanuit het kunst- en borrelgebeuren naar hem toe loopt en hem breed lachend een bordje eten aanbiedt. De man lijkt even in de war, maar dan neemt hij het bordje aan. Er komt nog iemand bij staan. Ze kletsen wat met zijn drieën. Het ziet er zowaar gezellig uit. Ik voel me ineens belachelijk met m’n slablad. En dat blijft zo, ook als de man na een tijdje toch weer vloekend weg loopt. Ik las ooit ergens (weet niet meer waar) dat het gedrag van mensen in essentie door twee basisemoties wordt bepaald: angst en liefde. Ik vind dat wel overzichtelijk. En daar, op dat pleintje in Avignon, realiseer ik me dat het waarschijnlijk nog klopt ook.