zondag 8 mei 2011

Berlusconi

Het was me er eentje, die Zeus. Op vakantie in Griekenland kom ik hem vaak tegen: in gidsjes voor de toeristen, als standbeeld, op ansichten, aan sleutelhangers en zelfs op menukaarten (‘broodje Zeus met geitenkaas en honing’). Maar weer eens even de mythologische basiskennis opgefrist. Zeus. Of Jupiter, zoals de Romeinen ‘m noemden. Zoon van Ouranos, een heuse Titaan. CEO van zijn eigen imperium op de Olympos. Hoeder van het gezin en van de natuur, heel handig met mist en nevelen en bliksem. Straf heerser over zijn eigen wereldorde. Je moest het niet wagen om hem te tarten, dan kon je ‘m krijgen. Sla de Griekse mythologie er maar op na: het wemelt er van de ongelukkige types die probeerden Zeus voor gek te zetten. Moest je dus niet flikken. Stuurde ie een van z’n godenvriendjes op je af, die jou dan veranderde in een steen of in een vijgenboom of iets anders onherroepelijks. Zo doen ze dat, de straffe heersers van hun eigen wereldorde. Maar Zeus was ook - en misschien wel vooral - een enorme schuinsmarcheerder. Deze hoeder van het gezin rotzooide wat af in zijn tijd, met nimfen, verleidelijke sub-godinnen en argeloze mensenmeisjes van 16 jaar of jonger. Het leidde tot massa’s bastaard kinderen en een permanent furieuze echtgenote. Maakte Zeus geen bal uit, hij ging gewoon zijn goddelijke gang. Veranderde zichzelf zelfs in een stier om Europa te verschalken (Europa was zo’n argeloos mensenmeisje). Maar ja. De mensen bleven dol op hem. Of misschien zagen ze wel geen alternatief (‘ja, het is wel altijd wat met die Zeus en onze dochters zijn niet veilig, maar wat moeten we anders? Zie jij het zitten met die wazige Apollo of die zure Hera? Nou dan’). Namen ze hem dan nooit de maat? Nee. Of nauwelijks. Want voor Zeus golden nou eenmaal andere regels dan voor gewone stervelingen. En trouwens, Zeus had zelf een flinke vinger in de pap bij de beeldvorming rondom zijn hemelse persoonlijkheid. De muzen waren namelijk zijn dochters. Alle negen buitenechtelijk verwekt, uiteraard. Voor de duidelijkheid: de muzen zijn godinnen van de schone kunsten. Er ging dus geen epos, tragedie of lyrisch gedicht de deur uit of Zeus had het gescreend. Als je erover nadenkt was het een behoorlijk obsessief mannetje, deze oppergod. Eigenlijk ongelooflijk dat hij niet van de Olympos is geflikkerd door de rest van die godenbende. Maar goed, het zijn mythen. En het is ook allemaal heel lang geleden. Vandaag de dag zou je met dat zeuzige gedrag natuurlijk nooit weg komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten