Het jongetje heet Boris. Hij is blond en spichtig en een jaar of zes. Samen met zijn vader en moeder woont hij deze week naast ons. We zitten ergens onder Arezzo in een agriturismo: een roestkleurige boerderij, verdeeld in kleine appartementjes, met een oprijlaantje met cipressen en een erf met heerlijk knersend grind en grote terracotta potten met oleander en zwaluwen die ’s ochtends vroeg water komen snoepen uit het zwembad. De vader van Boris is een late veertiger. Hij heeft een late veertigers-buik en laat veertigers haar: kalend van voren, en alles wat er nog is naar achteren gekamd, hip lang in de nek. Zijn moeder schat ik een stuk jonger, ergens begin dertig. Zij is heel lang en heel dun en heel blond. Dat het jongetje Boris heet, weet ik omdat zijn naam veelvuldig wordt genoemd, vooral in combinatie met het woord ‘nee’, of een variatie daar op. Nee, Boris. Boris, nee! Boris, niet doen. Nu even luisteren, Boris. Wat heeft mama nu net gezegd Boris? Papa is nu even met zijn telefoon bezig. Papa moet even facebooken, Boris. Boris, Boris. Kijk mama eens aan, Boris. Dat hebben we niet afgesproken, Boris! Jij zou nu even heel lief gaan spelen! Als we bij het zwembad zitten, is Boris daar ook. Hij zet een boot van lego in elkaar. Hij zwemt niet. Dat wil hij wel, maar dan het liefst met papa. Maar die wil niet. Papa leest een boek, Boris. Of hij praat met mama, over dat boek bijvoorbeeld. Ik vind het toch wel een verdomd goed verhaal hoor, zegt hij. O ja, schatje?, zegt zij. Ja, weet je, de oprechtheid van die vent, en wat ie dan schrijft over echt commitment tonen he, naar zo’n bedrijf toe. Klasse, vind ik dat. Boris wil weten hoe het boek heet. Maar papa en mama zijn nu even aan het praten, Boris. Ga maar zwemmen. Daar liggen je bandjes. Maar ik wil met jullie zwemmen. Nee Boris, wij zijn nu even bezig. Ben je nou een grote jongen of niet? Boris denkt even na en lacht dan een beetje. Kijk jongens, zien jullie mij? Zien jullie hoe ik lach? (dat zegt hij echt). En nou is het afgelopen Boris! Ik weet het, het is niet eerlijk. Als je van een afstandje kijkt naar een gemiddeld gezin op vakantie, dan valt er altijd wel wat te tenenkrommen. Maar dit...ik weet niet. Ik hoor ‘Boris, nee!’, en ik denk dingen als ‘tweede leg’, en dat zij toen hij eindelijk was gescheiden met alle geweld een kind wou, dat hij haar dat toen grootmoedig heeft gegeven, en dat ze nou allebei eigenlijk niet precies weten wat ze er de hele tijd mee aan moeten, wat een gedoe zeg, zo’n kind, je kunt godsamme niet eens even rustig facebooken. Maar ja. Dat zijn natuurlijk allemaal aannames mijnerzijds. Doe even normaal, spreek ik mezelf vermanend toe, zittend op het bankje voor ons appartement, nippend aan een cappuccino. Vanaf dat bankje hebben wij zicht op de tennisbaan. En vandaag willen papa en mama tennissen. We horen het geplop van ballen tegen rackets en we zien Boris op zijn knietjes onder de umpire stoel zitten. Kijk Boris, knap he! Vlak over het net! Boris vraagt wanneer ze klaar zijn. Dat duurt nog wel even. Het is 40-30 in de eerste game van de allereerste set. Papa serveert.
zaterdag 20 augustus 2011
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten